in Smart Health, Smart Industry, Smart Public

Europese bedrijvenenquête

Vóór COVID-19 is in Europees verband een grootschalig onderzoek gedaan naar nieuwe en opkomende arbeidsrisico’s (Esener 2019). Het ging hierbij om een uitgebreide enquête die onderzoekt hoe in de praktijk met risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid op Europese werkplekken wordt omgegaan. In vierendertig landen deden er ruim 34000 bedrijven aan mee. Op basis van dit onderzoek kan worden vastgesteld dat Nederland in negatieve zin opvalt op de volgende onderwerpen:

  • veel flex- en thuiswerken
  • (te) veel zittend werken als één van de belangrijkste risicofactoren in het werk
  • (te) laag % bedrijven met een RI&E en (te) weinig betrokkenheid werknemers bij de RI&E
  • (te) laag percentage bezoek Inspectie SZW aan bedrijven

Flex- en thuiswerken

In vergelijking tot de andere landen scoort Nederland qua arbeidsorganisatie vooral hoog op twee terreinen:

  1. Het percentage flexwerkers is met 54% de nummer twee van Europa. Dit is ná België waar 60% van de arbeidscontracten flexibel is, en vóór Zweden (52%).
  2. Nederland is koploper wat betreft het percentage mensen dat regelmatig vanuit huis werkt, namelijk 33%. Dit aantal is toegenomen ten opzichte van ESENER 2014 (26%) en 22% hoger dan het gemiddelde in Europa, gevolgd door België (28%) en Denemarken (25%).

Deze laatste uitkomst is overigens niet zo vreemd als je bedenkt dat Nederland in de EU het hoogste percentage beeldschermwerkers (40%) telt.

Risicofactoren in het werk

Kijkend naar risico’s, dan bestaat de TOP 3 uit repeterende bewegingen van de hand of arm, psychosociale arbeidsbelasting en langdurig zitten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Figuur 1 Risicofactoren op het werk in de EU. Vergelijking ESENER 2019 versus 2014.

Langdurig zitten, ook wel sedentair gedrag genoemd, is met stip op 3 in de lijst binnengekomen. Dit thema staat nog niet zo lang op de (EU)-agenda en scoort meteen hoog. Eén van de oorzaken daarvan is het aandeel beeldscherm gebonden werk (40% in Nederland). Gezondheidsrisico’s waarvan bewezen is dat deze vaker optreden door te veel zitten zijn onder andere diabetes, depressie, kanker en overgewicht/obesitas. Daarmee is zitten een niet te onderschatten risico. Terecht dus dat dit onderwerp op de Europese agenda staat.

Nederland heeft de dubieuze eer om voorop te lopen wat betreft langdurig zitten. Waar de gemiddelde zittijd ongeveer 3,5 uur per dag bedraagt, is Nederland nummer 1 op de lijst met een gemiddelde van ongeveer 8 uur. Hierin is zitten op het werk en in de vrije tijd opgeteld. Denemarken en Tsjechië volgen op nummer 2 en 3. Zie factsheet TNO.

Een verdergaande toename van zitten kan niet worden uitgesloten. Door COVID-19 heeft het thuiswerken, dat in veel gevallen voornamelijk zittend wordt uitgevoerd, een vlucht genomen die naar alle verwachting blijvend is. De digitalisering neemt toe en daarmee ook de tijd die we zittend doorbrengen. Daarnaast is het ook een gevolg van de ontwikkelingen met betrekking tot cobotisering en robotisering.

Hoewel sedentair gedrag de laatste jaren steeds meer gezien wordt als een belangrijk gezondheidsrisico, is er nog weinig Europees onderzoek gedaan naar de effecten op langere termijn. Via de American National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES) is vastgesteld dat er een verband bestaat tussen het aantal uren zitten per dag en het sterftecijfer:

  • Max 7 uur per dag zitten: sterfterisico neemt toe met 2% per uur extra zitten per dag.
  • Elk extra uur langer dan 7 uur per dag zitten leidt tot een toename van 5% van het sterfterisico.
  • 10 uur per dag zitten betekent 34% hoger risico op sterfte vergeleken met personen die 1 uur per dag zitten.

Onvoldoende dekking RI&E in Nederland

Een ander onderwerp waar Nederland zeker niet het beste jongetje van de klas is, betreft de RI&E. Het kennen van je risico’s is belangrijk om te weten wat je kunt doen om die risico’s te beperken of beheersen. In Nederland is de RI&E het instrument wat daarvoor wordt ingezet. Hoewel het wettelijk verplicht is heeft nog steeds de helft van de bedrijven in Nederland geen RI&E. In de EU is hier onderzoek naar gedaan en er worden vier redenen gegeven waarom dit niet wordt gedaan:

  • De gevaren en risico’s zijn al bekend;
  • De nodige expertise en/of tijd ontbreekt;
  • Er zijn geen grote problemen;
  • De procedure is te zwaar voor sommige bedrijven te zwaar.

Een opvallende stijger in de EU als geheel is een gebrek aan tijd en/of deskundige medewerkers. In de laatste vijf jaar is dat percentage gestegen van 26% naar 31%, waarmee het de op een na meest gerapporteerde factor is.

Lage ‘pakkans’

Wat niet helpt is dat de kans dat Nederlandse bedrijven bezocht worden door de Inspectie SZW erg klein is. In de laatste drie jaar is slechts 15% van de Nederlandse bedrijven bezocht. Dit is het laagste percentage in de gehele EU. Een ongunstige ontwikkeling is dat in de laatste vijf jaar het aantal bezoeken door de Inspectie SZW bijna gehalveerd is. Vooral middelgrote en kleine bedrijven vinden het lastig om aan de slag te gaan; in Nederland werkt 80% van de medewerkers bij een bedrijf dat wél een RI&E heeft uitgevoerd.

Kortom: er is werk aan de winkel voor de BV Nederland! Wil je meer weten of  heb je hulp nodig bij het aanpakken van fysieke belasting/uitvoeren van een RI&E? Neem gerust contact op met Kees Peereboom of Hetty Vermeulen.

0